Snoekbaars

Opgeblazen snoekbaars

Vissen die van een flinke diepte naar het wateroppervlakte worden gehaald, kunnen door de snelle drukverandering last krijgen van een opgezette zwemblaas. Vooral snoekbaars en baars zijn gevoelig voor dit zogenaamde barotrauma.

Tekst Arno van ’t Hoog, foto's redactie



Stel, een duiker vult op tien meter diepte een flinke rubberen ballon met zes liter lucht uit z’n duikfles. Hij legt er een knoop in en laat deze los. Tegen de tijd dat de ballon door het wateroppervlak breekt is door uitzetting het volume verdubbeld tot 12 liter. De duiker gaat nog een stapje verder en daalt af naar twintig meter en vult nog een ballon met zes liter lucht en laat ‘m los. Tegen de tijd dat deze ballon het wateroppervlak bereikt is het volume 18 liter.



Het is een simpel proefje dat de eigenschappen van lucht in water laat zien. Water is zwaar en laat zich niet samenpersen. Elke tien meter die je dieper duikt stijgt de druk met één atmosfeer. Aan het oppervlak is de druk één atmosfeer, op tien meter is de druk twee atmosfeer, op twintig meter drie atmosfeer, en zo verder. Lucht gedraagt zich heel anders dan water: het is veel lichter en wel samendrukbaar. Vandaar dat een ballon met lucht die richting het oppervlak stijgt geleidelijk uitzet. Afhankelijk van de startdiepte, kan het volume flink uitdijen.



ZWEMBLAAS EN GASKLIER Genoeg over duikers. Veel vissen hebben deze met gas gevulde ballon in hun buik, de zwemblaas. Vissen gebruiken dat orgaan om stabiel in het water te drijven. Ze kunnen de druk in de blaas aanpassen, waardoor ze geen moeite hoeven te doen om op een bepaalde diepte te blijven zweven. Een vis kan daardoor dus ook met weinig energie in het water zweven, zonder naar de bodem te zinken. Vissoorten zonder zwemblaas (bijvoorbeeld makreel of haaien) moeten continue blijven zwemmen om op ‘hoogte’ te blijven.



Bij snoek en karper zit er een verbinding tussen de slokdarm en de zwemblaas: via die route kunnen ze lucht slikken en zo de zwemblaas oppompen, of juist lucht laten ontsnappen. Baarsachtigen zijn echter net even anders: zij hebben een gesloten, gasdichte zwemblaas. Het volume in de zwemblaas passen de vissen, afhankelijk van dalen en stijgen, aan met een zogenaamde gasklier; daarin zitten heel veel bloedvaatjes, die zuurstof opnemen en afstaan en zo het gasvolume in de blaas regelen.
Wat er gebeurt als een snoekbaars of baars van grote diepte naar boven wordt gehaald, laat zich raden: de zwemblaas gaat net als een ballon uitzetten door het afnemen van de waterdruk. De uitzetting kan zo sterk zijn dat de zwemblaas de buikholte vult en een deel van de organen wegdrukt, richting de enige uitgang, de bek. Het lijkt dan alsof er een dikke barbecueworst naar buiten steekt. Wat je dan ziet is overigens niet de zwemblaas, maar de binnenkant van de maag en slokdarm. Een vis met zo’n uiterlijk heeft, in medische vaktermen gesproken, last van barotrauma, of, op z’n Hollands gezegd, trommelzucht.



EVENWICHT BEWAREN Op online fora van sportvissers wordt geregeld gediscussieerd over de vraag op welke diepte deze verschijnselen optreden. Sommigen zeggen tien meter, anderen veertien meter, weer anderen achten op basis van eigen ervaring twintig meter als een kritische grens.
Kijken we naar de natuurwetten van ballonnen en duikers, dan is duidelijk dat uitzetting van de zwemblaas altijd optreedt. Alleen wordt het effect steeds groter naarmate de vis van dieper komt. Op vijf tot tien meter zullen er nog nauwelijks gevolgen zijn, op vijftien meter waarschijnlijk wel. En op 20 meter al helemaal. Een snoekbaars van deze diepte af, heeft een zwemblaas van driemaal het oorspronkelijke volume.
Is dat erg, zo’n uitgerekte zwemblaas? De natuurwetten leren dat als de vis terugkeert naar dieper water, de waterdruk ervoor zal zorgen dat de blaas weer krimpt. Probleem opgelost? Helaas blijkt dat niet zo eenvoudig: een vis met een erg opgerekte zwemblaas en uitstulpende ingewanden heeft vaak moeite om zijn evenwicht te bewaren in het water. Het terugzwemmen naar de diepte kan een probleem zijn, als de vis blijft drijven en niet meer onder water wil.

BAROTRAUMA VERMIJDEN Verder blijkt uit onderzoek onder zeevissen dat uitstulping van de ingewanden bij sommige soorten onomkeerbaar is, zelfs als de zwemblaas weer krimpt. Ook ontstaan er regelmatig complicaties: delen van de ingewanden die kronkels vertonen en om elkaar heen draaien, waardoor het transport van voedsel blokkeert. Zoiets is op termijn dodelijk. Terugkeren op diepte en krimp van de zwemblaas kan die verschijnselen niet vanzelf laten overgaan.
Als catch & release het doel is van een vistrip, is het vermijden van barotrauma kortom zeer aan te bevelen. Maar hoe doe je dat? Sommigen vertrouwen op hun eigen ervaring en waarneming. Ze vissen niet voorbij een bepaalde diepte en zodra een gelande vis toch een uitstulping in de bek laten zien, houden ze het op die diepte voor gezien en vissen vervolgens een of twee meter minder diep. Dat kan al verschil maken, ook al blijft het daarbij oppassen geblazen. Niet altijd is trommelzucht zichtbaar aan de buitenkant. Soms zijn de symptonen zo op het eerste gezicht nauwelijks te zien.



GASSEN IN HET BLOED Om dat laatste te begrijpen moeten we weer even terug naar de eigenschappen van gassen en water. Bij vissen zitten zuurstof, stikstof en kooldioxide opgelost in het bloed, lever, hart en spieren. Als de druk heel snel afneemt gaan die stoffen piepkleine gasbelletjes vormen. Dat is schadelijk voor alle organen: het geeft verstopping van kleine bloedvaatjes en lichte bloedingen.
De vis ondervindt hetzelfde als duikers ervaren als ze te snel van grote diepte opstijgen naar het wateroppervlak. Deze decompressieziekte leidt tot hoofdpijn, gewrichtspijn en huidafwijkingen. Duikers moeten daarom als ze van grote diepte komen regelmatig even op bepaalde dieptes blijven stilhangen. Dat geeft gassen, die in het bloed zitten opgelost, de gelegenheid om geleidelijk te verdwijnen.
Het langzaam drillen van vis is dan ook een methode die sommige vissers proberen toe te passen op snoekbaars die van grote diepte naar boven wordt gehaald. Door het langzaam naar boven trekken, kan de vis zich aanpassen aan het drukverschil. Vis je op een riskante diepte, dan is het in no time naar boven takelen van vis in ieder geval uit den boze.

TERUG NAAR DE DIEPTE Wanneer vissen een barotrauma hebben, dan gebeurt er meer dan alleen het zichtbaar opzwellen van de zwemblaas: er kunnen bloedingen ontstaan in de lever of hart, of verlies van zicht door schade aan de ogen. Bloedingen die tijdens de reis omhoog ontstaan, gaan nog even door als de vis weer op diepte is.
Hoe schadelijk die minder zichtbare symptomen van barotrauma zijn, is de vraag. Er zijn diverse onderzoeken gedaan naar factoren die de overleving van vissen bepaalt na catch & release. Vangstdiepte wordt inmiddels, samen met het diep in de bek haken, als een van de belangrijkste risico’s gezien voor de sterfte van een vis na catch & release. Bovendien is duidelijk geworden dat de kans op overleving daalt met een toename van de vangstdiepte.
Onderzoek naar de effecten van barotrauma is lastig, want als een vis uit het zicht zwemt, heb je nog geen idee hoe het de dagen en weken erna vergaat. De Amerikaanse bioloog Jason Schreer keek naar de korte termijn. In de St Lawrence rivier noteerden de onderzoekers vangstdiepte, symptomen van barotrauma en overleving na catch & release. Ze vingen voor het onderzoek ruim tweehonderd verschillende vissen op dieptes van 1 tot 21 meter. De exemplaren die symptomen van barotrauma vertoonden waren allemaal baarsachtigen, waaronder de Amerikaanse familieleden van onze snoekbaars (walleye) en baars (yellow perch).

Snoekbaars op zo’n 8 meter diepte zichtbaar op mijn Humminbird dieptemeter van Fish Inn.



SUBTIELE SIGNALEN Zoals te verwachten, namen de tekenen van barotrauma toe, naarmate de toename van de diepte. Vanaf tien meter waren er met regelmaat gevolgen zichtbaar, op 21 meter was dat bij alle vissen het geval. Uiteindelijk schatten de onderzoekers dat van deze baarsachtigen 67 procent het uiteindelijk niet overleeft en dat gold ook voor een flink deel van de exemplaren met relatief milde verschijnselen vanaf 10 meter.
Ze observeerden het uiterlijk en het gedrag van de gevangen vissen gedurende vijf minuten in een vangstbak. Ze noteerden eventuele licht opgezwollen buik, licht uitpuilende ogen en kleine bloedingen in de vinnen en ogen. “In veel gevallen waren de tekenen van barotrauma moeilijk te herkennen”, schrijven de onderzoekers in hun publicatie. “Sommige vissen zagen er normaal uit en ze zwommen normaal. Maar zodra ze even stopten met zwemmen, draaiden ze op hun rug. Zonder langdurige observatie is het onmogelijk om dat te detecteren.” De vissen werden na observatie met de bekende plonsbeweging, kop naar voren, verticaal in het water gelanceerd. Het is een methode die de vis een soort raketstart moet geven, om snel weer op de diepte te komen. Maar een deel van de vissen in het Amerikaanse onderzoek lag later toch weer aan het oppervlak.



VERANTWOORDE DIEPTES De studie van Schreer is maar een klein onderzoek en dus is het niet automatisch van toepassing op onze baars en snoekbaars. Het leert wel dat barotrauma al de kop kan opsteken op vangstdieptes dieper dan tien meter. De tekenen van barotrauma zijn dan echter nog moeilijk waar te nemen.
De afwezigheid van een uitstulping in de bek is geen waterdicht keurmerk voor de afwezigheid van barotrauma en ook het snel uit het zicht wegzwemmen bij het terugzetten is geen garantie dat de vis geen problemen zal ondervinden. Misschien is het voor sommige vissers wel aanleiding om hun kritische dieptegrens aan te passen, wellicht op 10 meter?!

ONTGASSEN Op zee wordt vaak in dieper water gevist dan in zoet water. Het levert afhankelijk van de visserij een grotere kans op barotrauma. In de zeevisserij zijn twee methoden in gebruik om vissen met een uitgestulpte zwemblaas te helpen weer naar dieper water terug te keren: venting en drop weights. Bij ‘venting’ of ontgassen wordt met een holle naald in de buik van de vis gestoken om de opgezwollen zwemblaas te laten leeglopen. De vis kan daardoor sneller wegzwemmen naar dieper water. Met drop weights wordt de vis met een gewicht snel richting de bodem gestuurd, waarna de vis wordt losgelaten. Vooral ontgassen van zeevis met een opgezwollen zwemblaas is jarenlang gepromoot als een methode om schade door barotrauma te voorkomen, maar zeventien onderzoeken die keken naar het effect op overleving van verschillende zeevissoorten, zagen geen positief effect.



Literatuur: Schreer, J.F. et al (2009) The Incidence and Consequences of Barotrauma in Fish in the St. Lawrence River North American Journal of Fisheries Management 29: 1707-1713.
Wilde, G.R. (2009) Does venting promote the survival of released fish? Fisheries 34 (1): 20- 28.

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.

Leden

21190

Foto's

92088

likes

242