Snoekbaars

Het schuifie/sleepie - Oldskool snoekbaars

De moderne snoekbaarsvisser heeft nogal wat hightech materiaal ter beschikking; Side view imaging depth sounders, high modulus carbon blanks, gel spun dyneema braid, minstens vijftien typen loodkoppen en zeker het tienvoudige aan allerhande rubber. Dit alles natuurlijk het liefst verpakt in een kek bestickerde aluminium speedboot. Niets mis met al het mooie materiaal dat ons vandaag de dag ter beschikking staat, maar ik heb regelmatig het idee dat menig visser zijn doel voorbij streeft...

Tekst en foto's: Thijs Koopmans



Simpel, maar effectief!
Op mijn thuiswater, een van onze meest bekende snoekbaarswateren, kom ik dit steeds weer tegen. Mannen met dozen materiaal aan boord en meer hengels dan ik thuis in het rek heb staan. Druk heen en weer varend, op zoek naar de beste stek of diepte en maar wisselen van kunstaas en techniek. Ik las ooit eens ‘vooruitgang is niet voortrazen op de ingeslagen weg’ en dat is ook in deze context een waarheid als een koe. Waarom zou je het jezelf moeilijk maken met een eindeloos aantal factoren? Houd het simpel met een handjevol bewezen rubber of beter nog, de ‘real thing’, een dode aasvis. Want je kunt je volledige kunstaascollectie aan de speld hangen, maar als ze een ‘echt’ visje niet lusten dan doen ze het gewoon niet die dag.

'Zeg maar gerust de simpelheid zelve. Ook klein materiaal bestel je eenvoudig online bij Fishinn.nl.

Wat we ook niet mogen vergeten is dat onze opa deze vissoort al met succes beviste. Gewoon, met datzelfde visje onder een mooie handgemaakte snoekbaarspen of, nog gemakkelijker, met een schuiflood stijf tegen de bodem. De wat gehaaidere opa’s sleepten deze schuifloodmontage tergend langzaam binnen op zoek naar actieve rovers. En sinds mijn maatje Jelle en ik deze haast vergeten techniek met het schuivende loodje hebben herontdekt zijn onze visdagen in ieder geval een heel stuk relaxter geworden. Allebei één hengeltje, klein tasje materiaal, emmer aasvis en weg zijn we! Brachten wij onze boot in het verleden ook haast tot zinken, tegenwoordig zeggen we liefkozend: ‘laat ons maar schuiven’.



Het systeem dat wij gebruiken om kleine aasvis aan de snoekbaars voor te schotelen is de eenvoud zelve en kan aan de waterkant worden geknoopt. Sterker nog, op de kant hebben wij de vangkracht van dit nostalgische goedje ontdekt. Tijdens een snoeksessie ontdekten we een talud waar de snoekbaarzen werkelijk opgestapeld lagen. We vingen leuk vis, maar de zware snoekdobbers en takels waren verre van ideaal. Na wat gerommel in onze materiaaldozen kwamen we op ‘het schuiffie’ (ook wel de 'sleepie' genoemd) en met de eigenlijk nog steeds te grote aasvissen beleefden we een visdag die nog veelvuldig wordt nabesproken. Geen enkele foto gemaakt die dag, gewoon niet aan gedacht. Werpen, taludje aftikken en boem! Keer op keer, tot zelfs de laatst afgekloven aasvis niet meer te riggen was.

Wat heb je nodig?
Een rond lood met centraal gat, een scherpe karperhaak, dreg, wartel en een stuk nylon, dat is alles! Ik denk dat bijna iedereen het benodigde materiaal wel ergens heeft liggen. Ook wel eens fijn toch, een techniek, waarvoor je niet meteen met je pinpas naar de dichtstbijzijnde hengelsportspeciaalzaak hoeft te hobbelen? Natuurlijk gebruiken we wel de beste materialen die vandaag de dag verkrijgbaar zijn, dus vlijmscherpe, chemisch geslepen haken, fluorocarbon en een gevlochten hoofdlijn. Oude school, maar dan in een nieuwe stijl! Aan een centimeter of 70 lijn knoop je met een uni-knoop een dreg. Vervolgens gebruik je een knotless-knot (die karpervissers verzinnen heus wel eens mooie dingen) om de enkele haak op de gewenste afstand van de dreg te plaatsen. Loodhagel er op, wartel aan het einde en klaar! Het oog van de karperhaak verdient wel enige aandacht. Deze dient bij voorkeur ‘choddy’ te staan, dus iets naar achteren gebogen. Anders zal de haakpunt, door de knotless verbinding tegen de loodhagel komen te staan. Dit kun je ondervangen door een kraal of een stukje siliconenslang tussen de haak en het lood te plaatsen. De enkele haak dient echter in de eerste plaats om de aasvis te fixeren, de dreg om de snoekbaars te haken, dus maak je hier niet al te druk over.



De onderlijn knoop ik met fluorocarbon of amnesia, waarbij mijn voorkeur uitgaat naar de tweede. Deze veel door zeevissers gebruikte lijn heeft echt totaal geen geheugen, waardoor je geen ‘kronkels’ krijgt als je de knopen aantrekt en ze is daarbij zeer schuurvast. Neem de onderlijn zeker niet te dun, want door het vele bodemcontact en het schuivende lood kunnen er vrij snel beschadigingen optreden. Een stukje krimpkous over de knotless knot, van begin haakbocht tot net over het oog gebruik ik tegenwoordig standaard. Dit zorgt voor enige demping en laat de enkele haak recht van het lood staan. Daarbij kan de aasvis nu niet meer op de haaksteel schuiven, waardoor de montage dus minder snel in de war raakt.



Mooie ronde loodhagels in geschikte gewichten zijn niet altijd even gemakkelijk te verkrijgen. Ik vond ze uiteindelijk op de witvisafdeling van mijn hengelsportzaak maar vaak liggen ze verstopt achter de toonbank. Een eivormig, langwerpig of zelfs wartellood voldoet natuurlijk ook. Wij gebruikten die bewuste eerste keer zelfs jigkoppen waarvan de haak was afgeknipt. Het juiste gewicht is natuurlijk afhankelijk van de grootte van de aasvis en de diepte waarop je die wilt presenteren en zal dan ook variëren van 5 tot wel 50 gram. Wij gebruiken voornamelijk 25 of 40 gram, maar vissen dan ook vrij vlot op dieper en vaak stromend water. De aasvis wordt met zijn onder- en bovenkaak op de enkele haak geprikt en wel zodanig dat de haakpunt er tussen de neusgaten uitkomt. Met een beetje prikken voel je snel genoeg dat dit het hardste deel van de kop is, de dreg komt dan ergens tussen de rugvin en staartwortel. Om te voorkomen dat de aasvis te gemakkelijk van de enkele haak schuift, plaatsen we nog een halve centimeter van dat brede postelastiek tot net achter de weerhaak. Je kunt dit systeem natuurlijk naar eigen inzicht pimpen met extra dreggen, allerhande attractors, een drijflichaam of gekleurde loodhagels. Leef je uit, maar bedenk dat de kracht juist in de eenvoud ligt.



Patent
Ik heb echt niet de illusie dat ‘het schuiffie/sleepie’ door ons is bedacht. Anders hadden we haar natuurlijk tot ‘Thijs-rig’ of ‘the Jelle-method’ omgedoopt. Helaas geen patent dus, maar we delen haar graag met collega-rovers. Het is meer een combinatie van bestaande systemen als de Drachkovitch-takel of Fireball met een klassiek schuiflood. De kracht van dit systeem zit volgens mij dan ook in het schuivende loodgewicht. Als je de montage laat afzinken zal het lood naar de wartel schuiven en fladdert de aasvis er een aantal decimeter achteraan. Wanneer het lood de bodem heeft bereikt, blijft de aasvis nog enkele seconden en nagenoeg gewichtloos precies in de strikezone hangen. Zie je het voor je? Een snoekbaars moet wel heel erg kritisch zijn om deze aanbieding te negeren. Daarbij zorgt de gewichtloosheid ervoor dat de aasvis veel makkelijker wordt ‘opgezogen’ bij een aanbeet. En last-but-not-least voelt de snoekbaars weinig weerstand, waardoor de aanbeten vrijwel altijd doorzetten. Wanneer je er toch een mist, dan krijg je vaak nog een tweede kans door de montage gewoon stil op de bodem te laten liggen. Die snoekbaars komt de door hem verwonde prooi echt wel ophalen.



Aquarium
Iedereen weet dat aasvissen niet te vangen zijn als je ze nodig hebt. Dit is helaas een van die wetmatigheden binnen de sportvisserij. Zo vang je ook altijd een nieuw pr als je net geen camera of landingsnet bij je hebt en komen de hardste aanbeten wanneer je de telefoon opneemt of een boterhammetje eet. Maar dit terzijde. Ik heb dit probleem ondervangen door een groot outdoor-inbouw-aquarium in mijn tuin te plaatsen. Op mooie zomeravonden kan ik dan zonder prestatiedruk de nodige voorntjes vangen. Deze mogen vervolgens in het aquarium verblijven tot het snoekbaarsseizoen aanbreekt. Mijn vriendin voert ze trouw en probeert ze allemaal een naam te geven, maar heeft zich inmiddels gelukkig bij hun bestemming neergelegd.




De aasvissen gaan dus levend mee naar de waterkant, in een goed afsluitbare emmer met een klein zuurstofpompje. Een paar keer per visdag het water verversen en ze blijven ook springlevend. Je kunt natuurlijk prima ingevroren (zee)vis gebruiken, maar ik zweer bij een vers gedood aasvisje. In de eerste plaats omdat deze gewoon de beste geur afgeven, maar ook omdat ze door hun stevigheid een stuk beter op de haak blijven zitten. Daarbij hebben we zo altijd voldoende aasvis bij ons, maar nooit teveel; degene die gespaard zijn gebleven, gaan gewoon weer terug in het aquarium. Beetje cru misschien, maar zo hoef je nooit aasvis weg te gooien, die dus onnodig is gedood. Let wel op (lokale) bepalingen met betrekking tot minimum maten en aantallen witvis die je in bezit mag hebben!

Merci
Wij vissen het schuifie voornamelijk vanuit de boot, omdat we nu eenmaal voornamelijk uit de boot vissen, maar ook vanaf de kant is dit systeem prima in te zetten. In plaats van het postelastiek is het dan raadzaam de aasvis met een stukje koperdraad te fixeren. Met een paar wikkelingen rond de kop en vooral achter de kieuwen van de aasvis (merci monsieur Drachkovitch) kun je zonder problemen tientallen worpen maken. Ik gebruik hiervoor koperdraad uit de spoel van een oude stofzuigermotor. Kost niets en met een beetje sleutelen heb je een voorraad voor het leven. Net als de montage zelf is ook de techniek ronduit simpel. Het schuifie/sleepie werkt prima recht onder de boot of kant, dus verticalend, maar komt diagonaal gevist het best tot zijn recht. Verticaal til je de montage een metertje van de bodem en laat haar vervolgens aan een ietwat slappe lijn weer zakken. Dit zal even wennen zijn aangezien je vissend met een jigkop juist gewend bent om een gecontroleerde val te maken. Door de iets slappe lijn kan de loodhagel los van de aasvis afzinken en juist daar worden de snoekbaarzen helemaal gek van! Er zijn natuurlijk ook dagen dat het allemaal wat rustiger moet, dan laten we het schuiffie gewoon stil hangen op een tiental centimeters van de bodem.



Diagonaal, dus driftend uit de boot of werpend vanaf de kant passen we eigenlijk dezelfde techniek toe. Door enkele slagen met de molen (vanaf de kant) of de hengel te heffen (vanuit de boot) til je de montage op om haar vervolgens weer aan een iets slappe lijn te laten zakken. Een paar seconden laten liggen, weer optillen enzovoorts. Als het nog rustiger moet, laten we het schuifie met de drift meelopen net boven of zelfs over de bodem. Vanaf de kant bereik je dit effect door heel langzaam binnen te spinnen met geheven hengel. Bij een aanbeet, die kan variëren van een droge tik tot het gevoel langzaam vast te lopen is het zaak de snoekbaars een beetje ruimte te geven. Dus niet meteen de haak zetten, zoals je wellicht gewend bent, maar de hengeltop rustig richting de vis bewegen, contact zoeken en dan pas de haak zetten. Wij hebben in ieder geval gemerkt dat deze twee seconden van belang zijn voor het daadwerkelijk verzilveren van een aanbeet. Ga eens back-to-basic. Haal een halve euro maden en vang een paar aasvisjes in die sloot om de hoek, knoop een schuifie en ga vissen; want geloof ons maar, het schuift genoeg!

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.

Leden

21937

Foto's

92111

likes

291